
ARTIFICIAL LANDSCAPE
(landscape)
De natuur en het landschap zijn steeds een toonaangevende inspiratiebron geweest voor de kunstenaar, die al naar gelang zijn/haar interesse de natuur probeerde te imiteren, te interpreteren of te herwerken. Volgens de Oxford English dictionary komt landscape voor het eerst voor in 1603 en betekent het “a picture representing natural inland scenry”. Het woord slaat op het Nederlandse landschap, vermoedelijk onder invloed van het prestige waarover de landschapschilderkunst in de Nederlanden toen beschikte. De betekenis was van tweeërlei aard: het betekende zowel een stuk land als de afbeelding ervan1.
Toch zijn er voor het ontstaan van het woord landschap al landschappen door kunstenaars weergegeven. De oudste landschappen die overeenstemmen met de hedendaagse invulling van het begrip landschap bevinden zich volgens Johan Pas op de wanden van enkele huizen in de Romeinse steden Pompeï en Herculanaeum2. Volgens Pas vormen ze geen beginpunt maar het eindpunt van een lange evolutie die haar fundamenten heeft bij de vroege stadsculturen van Egypte en Mesopotamië en zich verder ontwikkelde in de Helleense cultuur.
De Romeinse landschappen zijn al veel meer ontwikkeld en maken gebruik van perspectief om diepte te suggereren. Verdere ontwikkelingen doen zich voor in de
renaissance met in Italië Leone Battista Alberti als belangrijkste voorbeeld. En vanaf de barok (17e eeuw ) wordt het landschap een steeds belangrijker gegeven. Deze landschappen sluiten aan bij de wereld van het
humanisme en de mythologie. Claude Lorrain en Nicolas Poussin zijn de grote voortrekkers in deze periode. Andere belangrijke evoluties doen zich opeenvolgend voor in de romantiek (1800), in de 19e eeuw waar alles weer natuurgetrouwer wordt (met John Constable en William
Turner als pioniers) en daaropvolgend in het impressionsme. Het openlucht schilderen vormt een keerpunt in de realistische landschapschilderkunst. Het schilderij komt terug op de voorgrond en het landschap is slechts bijzaak. Rond de eeuwwisseling wordt het landschap door schilders tot de essentie gestructureerd (denken we hier maar aan Cézanne) en steeds verder geabstrahee

rd. Piet Mondriaan kan hierbij beschouwd worden als meest extreem voorbeeld.
Vanaf de jaren ’70 richten kunstenaars hun blik op het eigentijdse landschap.
Vertegenwoordigers van de ‘land art’ ruilen de musea in voor plekken in de natuur. De realisaties met een vaak eenvoudige geometrie boksen op tegen de leegte en de onmetelijkheid van het landschap. Bij Robert Smithson gaat de aandacht voornamelijk uit naar het verval (drugs, graffiti, zwerfvuil) van het landschap, naar de tijd en de sporen van het gebruik, maar ook de kleine veranderingen in het landschap en de interactie tussen de mens en de natuur.
1 S. Jacobs, Kleine esthetica van het neo-pittoreske Ruimtelijke ontwikkelingen en artistieke representaties van de rafelrand tussen stad en natuur in: De Witte Raaf nr. 95 januari 2002
2 J., Pas, Buiten & Binnen. Visies op en door het actuele landschap. Antwerpen, Koninklijke
Verenigingvoor Natuur-en Stedenschoon, 1998.
Andere kunstenaars en fotografen wijzen de nostalgische blik van de commerciële beeldproductie af: zoals Robert Smithson, John Phall, Jef Wall en Andreas Gursky. (artificial)
In tegenstelling tot vorige generaties wordt de kunstenaar van vandaag geconfronteerd
met een omgeving die niet langer als natuurlijk kan beschouwd worden. De
landschappen in de 20ste eeuw zijn grondig veranderd of zelfs verwoest. De industriële
en technologische maatschappij heeft zich overal doorgezet. Een groot deel van de omgeving wordt ingenomen door een bijna onbeduidend landschap dat verre van natuurlijk is: autowegen, industriegebieden, koterijen, afvalbergen, enz. De snelle
ontwikkelingen en de groei van onze moderne en technologische maatschappij hebben gezorgd voor een uitbreiding van de steden en dorpen, voor het verdwijnen van kleine landbouw en de verspreiding van industriegebieden en verkavelingen. De afgelopen twee decennia is de samenleving drastisch veranderd door de invloeden van de cultuur met uiteraard ook implicaties voor de natuur. De gevolgen van de globalisering en de individualisering van onze maatschappij komen geleidelijk aan de oppervlakte te liggen. De grenzen tussen centrum en periferie, tussen stad en platteland en tussen cultuur en natuur zijn niet langer duidelijk. Landelijke gebieden
worden steeds vaker verstedelijkt terwijl de stad – met steeds meer groenstroken – landelijker wordt . De grens tussen stad en natuur wordt hierdoor onbeduidender3. Het stijgende bevolkingsaantal zorgt ervoor dat steden verder uitbreiden. De overgebleven stukken natuur, die niet onderhevig waren aan de industriële of stedelijke uitbreiding, worden grotendeels ingepalmd door de landbouw, die het landschap omvormde tot patchwork.
Dat de landbouwproductiviteit en de ontginning van het land verder toeneemt is mede te danken aan de economische competitie. De ontwikkeling van transport, infrastructuur, elektriciteit, enz hebben voornamelijk als doelstelling de productiviteit te doen toenemen om zo de luxe te doen stijgen. “De natuur is steeds minder de mysterieuze voedende kracht die bij het ontstaan van het universum vorm kreeg en steeds meer iets dat wij bezig zijn zelf te herscheppen.” 4 Natuur wordt een steeds kunstmatiger ervaring. Onze maatschappij is langzaam de natuur die we kenden aan het vervangen door een nieuw soort van kunstmatige
natuur. Van airconditioning tot en met genetisch gemanipuleerde gewassen, .... We komen in een bijna gesimuleerde of zelfs conceptuele wereld terecht5. Kunstenaars hebben zich doorheen de jaren bezig gehouden met de belangrijkste aspecten van de menselijke aangelegenheden zowel met politieke, sociale als maatschappelijke problemen.
Het vormt dan ook een uitdaging voor kunstenaars om alle aspecten van de ecologie van de aarde samen te brengen. Kunstenaars moeten daarom niet gezien worden als instrument voor verandering, maar wel als uitstekende communicatoren en 3 S. Jacobs, Kleine esthetica van het neo-pittoreske Ruimtelijke ontwikkelingen en artistieke representaties van de rafelrand tussen stad en natuur in: De Witte Raaf nr. 95 januari 2002
4 J., Deitch, e.a., Allocaties, Kunst voor een natuurlijke en kunstmatige omgeving Den Haag
–Zoetermeer, 1992, pp 181-187.
5 Idem katalysatoren die de menselijke opinie veranderen. Kunstenaars kunnen een
belangrijke inbreng hebben in dit debat. De perceptie van het landschap in de postindustriële samenleving laat bijgevolg ook zijn zichtbare sporen na in de beeldende kunst.
De laatste decennia komt er dan ook terug veel aandacht voor het landschap en dit zowel van fotografie en video tot installatiekunst. Dat de belangstelling voor het landschap bij kunstenaars groeit is waarschijnlijk ook te wijten aan het feit dat de zorg voor de omgeving groeit.
(tentoonstelling) Voor deze tentoonstelling werden dan ook kunstenaars geselecteerd die iets te zeggen hebben of betekenen in de problematiek van ecologie, kunstmatige landschappen en
leefwerelden. Er werd ook een opening gelaten voor beginnende kunstenaars om hier hun antwoord op te bieden of aan het debat te deel nemen. De locatie zelf lijkt op het eerste zicht een stukje natuur binnen de verstedelijkte context. Maar ook dit is slechts schijn. Wanneer we door het bos wandelen, worden we geconfronteerd met het lawaai van een autosnelweg, op het einde van de bos zien we de snelweg als een lijn door het landschap lopen. Gezien het park aangelegd is eind 19e eeuw, is het ook geen voorbeeld meer van een stuk ongerepte natuur. Het wordt steeds moeilijker om een stuk onbewerkt terrein terug te vinden waar we niet geconfronteerd worden met menselijke activiteit. Ongerepte natuur wordt bijgevolg steeds meer een illusie. Zelfs de natuur en zijn beleving of waarneming zijn door de mens en techniek beïnvloed en staan onder diens leiding.” De betovering van het landschap kwam doordat het een geheimzinnige,
eeuwenoude en ontcijferbare taal sprak’6

Het landschap onderging een hele evolutie. Zowel het weergeven als de perceptie van het landschap is volledig veranderd. Ook de relatie en het evenwicht tussen natuur en cultuur maakte een hele omwenteling door. Deze evoluties en voornamelijk de ecologische problematiek zijn belangrijk om aan te kaarten. De tentoonstellingsomgeving voor artificial landscape lijkt dan ook een uitgelezen plek om er aandacht aan te schenken. 6 T., Lemaire, Modern heimwee naar een oud landschap : Ton Lemaire over geschiedloos postmodern landschap in: Filosofie magazine, vol. 8 (1999) nr. 9, p. 20-22