dinsdag 27 januari 2009

Willy Van de Velde wint Prijs van het Landschap


De Prijs van het Landschap is de tweejaarlijkse wedstrijd voor plastische kunsten, uitgeschreven door de Koninklijke Kunstkring Evariste Carpentier.


KUURNE, BRECHT - Willy Van de Velde uit Brecht won in het West-Vlaamse Kuurne de twaalfde Prijs van het Landschap Michel Depypere. De tweede prijs gaat naar Parijs, naar Philippe Morin.


,,Het winnende werk Houtmagazijnen is al enkele jaren oud'', vertelt winnaar Willy Van de Velde. ,,Die Antwerpse magazijnen zijn intussen gesloopt. Ik vond het een fascinerend zicht met de Schelde op de achtergrond. Toen ik dit aan het schilderen was, kwam een orkaan opzetten. De lucht kleurde donkergrijs en de appartementsgebouwen op de achtergrond leken bijna lichtgevend tegen die duistere achtergrond. Het stof dat toen rondvloog en de regendruppels zijn op het schilderij te zien. Door die weersomstandigheden kreeg de prent iets speciaals en ik hou er een mooie herinnering aan over.''

De werken van Willy Van de Velde zijn gouaches. ,,Ik gebruik geen gemengde technieken'', verklaart hij. ,,Van in het lager heb ik altijd getekend en geschilderd. In de humaniora kregen we daar volgens mij te weinig les in en toen ben ik academie in avondschool gaan volgen. Vroeger was het schilderen puur hobby, nu ben ik overgeschakeld op parttime als regent Nederlands om de andere helft van mijn tijd aan de kunst te wijden.''

Verschillende werken van Willy Van de Velde waren al goed voor eerste prijzen. Hij volgde stages in Spanje, Roemenië en Frankrijk.(KBK)

Visual Artist - BRANTT -







Ghent, Belgium


Brantt (°1977) is a Belgian Visual Artist. "I create abstract landscapes as a playground for the imagination. At a spontaneous, direct and playful maner I search, through colour and level, to deepen my theme. During the working process the arrangement of forms and combination of colours upon the canvasses are choices that are made intuitively. The levels are captured in free and colourfull compositions and the use of matter plays a very important role."

zondag 4 januari 2009

Hans Op de Beeck

- architecturale landschapmaquettes -

"Ik hou erg van oude schilderkunst en van dat idee om een venster op de wereld te bieden. Zodat je de toeschouwer uitnodigt om gewoon te staren. Ik hoop dat moment op te roepen waarop je je eigen individuele verhalen even opzij schuift en gewoon even alleen kan zijn met of in een beeld. Dat is voor mij de ruimte van de kunst - die ik ook terugvind in de oude schilderkunst. Gewoon kijken naar een landschap van Joachim Patinir of een interieur van Johannes Vermeer, en alles loslaten. Ik geloof heel erg in het oude idee van catharsis: de tragische en problematische, maar tegelijk troostende kwaliteit van het beeld."









Beeldend kunstenaar Hans Op de Beeck maakt en presenteert hedendaagse denkbeeldige urbane en interieur locaties, situaties en omgevingen die de toeschouwer bekend voorkomen. Dit houdt zowel stille, verlaten plaatsen om te reflecteren in als drukbevolkte omgevingen die ons iets duidelijk maken over hoe wij nu leven, welke levenspatronen wij volgen en hoe we omgaan met tijd, ruimte en anderen.

Op de Beecks beeldtaal is stil en terughoudend en verwijst naar de grote levensvragen. Afwisselend ernstig en ironisch stelt hij vragen die onbeantwoord blijven, zonder echter te veroordelen. De kunstenaar ziet zijn werk als een manier om met de melancholie en de absurditeit van het menselijke bestaan om te gaan.

maandag 20 oktober 2008

MSK Gent (bezoek aan tentoonstelling Piranesi)



Piranesi.

De prentencollectie van de Universiteit Gent

In het Museum voor Schone Kunsten van Gent loopt een tentoonstelling over het grafisch oeuvre van de Italiaanse architect, archeoloog en kunstenaar Giambattista Piranesi (1720-1778). Ze is voor het grootste gedeelte samengesteld uit de boeken- en prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek.De tentoonstelling is het resultaat van onderzoek van docenten en studenten van de Vakgroep Architectuur & Stedenbouw.


Giambattista Piranesi: een oeuvre

De etser en tekenaar, archeoloog en architect Giovanni Battista Piranesi is geboren in 1720 bij Venetië, als zoon van een meestermetselaar. Hij reisde in 1740 voor het eerst naar Rome in het gevolg van de nieuwe ambassadeur van de Republiek bij de nieuwe paus Benedictus XIV. In deze stad ontdekte hij ook het onderwerp waaraan hij zijn leven zou wijden: de grootheid van Rome.
Het grafische werk van Piranesi, hoe breed en verscheiden ook, vormt een samenhangend geheel, waarbinnen drie grote groepen onderscheiden kunnen worden. Vooreerst zijn er de serie stadszichten van Rome en omgeving en van Paestum en Pompei, die Piranesi gemaakt heeft vanaf het midden van de jaren ‘40 tot aan zijn dood. Deze vedute van het moderne – dus barokke – en antieke Rome, hebben het achttiende-eeuwse beeld van Rome bepaald.. Hij heeft het genre van het stadszicht, dat ontstaan is als visualisering van Rome voor pelgrims en toeristen, artistiek en inhoudelijk verzelfstandigd.
Door zijn archeologische studies en polemische interventies werd hij een van de meest bekende en belangrijkste intellectuele figuren van het kosmopolitische achttiende-eeuwse Rome.
De grootheid van de Romeinse architectuur ligt voor Piranesi niet in esthetische perfectie en zuiverheid, maar in de kracht en de bouwkunst. De ruïneuze toestand waarin hij de antieke Romeinse gebouwen ziet toont niet enkel de eindigheid en het verloop van de tijd, maar legt ook de innerlijke constructie en de structuur van de bouwsels bloot die, na al die tijd, nog rechtstaan en hun bovenmenselijke kracht tonen. Zijn basiswerk is zijn vierdelige Le Antichità Romane (1756). Toen enkele jaren na deze publicatie de algemene discussie is losgebarsten over de waarde en originaliteit van de Romeinse (bouw)kunst ten opzichte van de Griekse, heeft Piranesi de verdediging van de Romeinse zaak opgenomen, waarbij hij het principe van de vrijheid van de kunstenaar verdedigt: de waarde en schoonheid van architectuur ligt in haar grootheid en rijkdom en niet in het volgen van proportieregels en de architecturale ordeschema’s.
In de laatste decennia van zijn leven, vanaf 1768, heeft hij ook gewerkt aan een reeks prenten, tien jaar later verzameld als Vasi, candelabri,.. Het gaat om voorstellingen van sierobjecten, voornamelijk uit zijn eigen collectie en uit de stock die hij vooral verkocht aan Britse collectioneurs op Grand Tour. Deze prentenreeks heeft het beginnende neoclassicisme sterk geïnspireerd.
De derde groep van werken zijn de producten van Piranesi’s
inventiviteit en verbeelding.
Imaginaire architecturen en Grotteschi in zijn jeugd;
vrije ontwerpen van meubels, horloges en vooral schouwmantels, eclectisch samengesteld
uit antieke elementen, aan het eind van zijn leven (Diverse Maniere d’adornare i cammini, 1769); en vooral de 14 Carceri of imaginaire kerkerzichten uit 1749, later herwerkt en aangevuld tot 16 platen, die van de negentiende eeuw tot vandaag zeer vele kunstenaars, van dichters en romanciers tot striptekenaars en
filmmakers hebben geïnspireerd, en zijn postume
faam bij een breed publiek hebben gevestigd.


Mijn Beeldarchief




































zondag 15 juni 2008

Manufactured Landscapes



Edward Burtynsky

Documentaire fotograaf van economisch geëvolueerde landschappen. Hij fotografeerd zeer neutraal de invloed van de moderne economie op het landschap. Een ingreep die we elk van ons uitvoeren op het landschap onder het echt te beseffen. Hij toont wat de electronica en de industrie met een landschap doet en wat het hedendaagse landschap is en bevat. Zo toont hij industrieterrein, recyclage gebieden, fabrieken, ontginningsputten, lozingsrivieren, volledig aangepaste gebieden voor de industrie en dus ook economie. Zo worden gehele landschappen aan gepast via het bouwen van dammen, industrie en andere energiewinningsmogelijkheden.

Hij brengt in deze documentaire een verslag van de huidige toestand van bepaalde steden in china en amerika. Zo maken sommige steden van hun afval bio energie zodat hun afval toch nog voor iets gebruikt kan worden en zo beperkt men ook de energie ontginning die toch ook in grote getalen niet goed voor de aarde is.

De documentaire is goed in beeld gebracht aan de hand van filmfragmenten en foto's van des betreffende steden met hier en daar ook een interview met mensen ter plaatse. Het is een zeer duidelijke reportage omdat hij zichzelf in zijn onderzoeksveld bevind.

Het Kunst(matig)landschap

ARTIFICIAL LANDSCAPE
(landscape)
De natuur en het landschap zijn steeds een toonaangevende inspiratiebron geweest voor de kunstenaar, die al naar gelang zijn/haar interesse de natuur probeerde te imiteren, te interpreteren of te herwerken. Volgens de Oxford English dictionary komt landscape voor het eerst voor in 1603 en betekent het “a picture representing natural inland scenry”. Het woord slaat op het Nederlandse landschap, vermoedelijk onder invloed van het prestige waarover de landschapschilderkunst in de Nederlanden toen beschikte. De betekenis was van tweeërlei aard: het betekende zowel een stuk land als de afbeelding ervan1.
Toch zijn er voor het ontstaan van het woord landschap al landschappen door kunstenaars weergegeven. De oudste landschappen die overeenstemmen met de hedendaagse invulling van het begrip landschap bevinden zich volgens Johan Pas op de wanden van enkele huizen in de Romeinse steden Pompeï en Herculanaeum2. Volgens Pas vormen ze geen beginpunt maar het eindpunt van een lange evolutie die haar fundamenten heeft bij de vroege stadsculturen van Egypte en Mesopotamië en zich verder ontwikkelde in de Helleense cultuur.
De Romeinse landschappen zijn al veel meer ontwikkeld en maken gebruik van perspectief om diepte te suggereren. Verdere ontwikkelingen doen zich voor in de renaissance met in Italië Leone Battista Alberti als belangrijkste voorbeeld. En vanaf de barok (17e eeuw ) wordt het landschap een steeds belangrijker gegeven. Deze landschappen sluiten aan bij de wereld van het
humanisme en de mythologie. Claude Lorrain en Nicolas Poussin zijn de grote voortrekkers in deze periode. Andere belangrijke evoluties doen zich opeenvolgend voor in de romantiek (1800), in de 19e eeuw waar alles weer natuurgetrouwer wordt (met John Constable en William
Turner als pioniers) en daaropvolgend in het impressionsme. Het openlucht schilderen vormt een keerpunt in de realistische landschapschilderkunst. Het schilderij komt terug op de voorgrond en het landschap is slechts bijzaak. Rond de eeuwwisseling wordt het landschap door schilders tot de essentie gestructureerd (denken we hier maar aan Cézanne) en steeds verder geabstraheerd. Piet Mondriaan kan hierbij beschouwd worden als meest extreem voorbeeld.
Vanaf de jaren ’70 richten kunstenaars hun blik op het eigentijdse landschap.
Vertegenwoordigers van de ‘land art’ ruilen de musea in voor plekken in de natuur. De realisaties met een vaak eenvoudige geometrie boksen op tegen de leegte en de onmetelijkheid van het landschap. Bij Robert Smithson gaat de aandacht voornamelijk uit naar het verval (drugs, graffiti, zwerfvuil) van het landschap, naar de tijd en de sporen van het gebruik, maar ook de kleine veranderingen in het landschap en de interactie tussen de mens en de natuur.
1 S. Jacobs, Kleine esthetica van het neo-pittoreske Ruimtelijke ontwikkelingen en artistieke representaties van de rafelrand tussen stad en natuur in: De Witte Raaf nr. 95 januari 2002
2 J., Pas, Buiten & Binnen. Visies op en door het actuele landschap. Antwerpen, Koninklijke
Verenigingvoor Natuur-en Stedenschoon, 1998.
Andere kunstenaars en fotografen wijzen de nostalgische blik van de commerciële beeldproductie af: zoals Robert Smithson, John Phall, Jef Wall en Andreas Gursky. (artificial)
In tegenstelling tot vorige generaties wordt de kunstenaar van vandaag geconfronteerd
met een omgeving die niet langer als natuurlijk kan beschouwd worden. De
landschappen in de 20ste eeuw zijn grondig veranderd of zelfs verwoest. De industriële
en technologische maatschappij heeft zich overal doorgezet. Een groot deel van de omgeving wordt ingenomen door een bijna onbeduidend landschap dat verre van natuurlijk is: autowegen, industriegebieden, koterijen, afvalbergen, enz. De snelle
ontwikkelingen en de groei van onze moderne en technologische maatschappij hebben gezorgd voor een uitbreiding van de steden en dorpen, voor het verdwijnen van kleine landbouw en de verspreiding van industriegebieden en verkavelingen. De afgelopen twee decennia is de samenleving drastisch veranderd door de invloeden van de cultuur met uiteraard ook implicaties voor de natuur. De gevolgen van de globalisering en de individualisering van onze maatschappij komen geleidelijk aan de oppervlakte te liggen. De grenzen tussen centrum en periferie, tussen stad en platteland en tussen cultuur en natuur zijn niet langer duidelijk. Landelijke gebieden
worden steeds vaker verstedelijkt terwijl de stad – met steeds meer groenstroken – landelijker wordt . De grens tussen stad en natuur wordt hierdoor onbeduidender3. Het stijgende bevolkingsaantal zorgt ervoor dat steden verder uitbreiden. De overgebleven stukken natuur, die niet onderhevig waren aan de industriële of stedelijke uitbreiding, worden grotendeels ingepalmd door de landbouw, die het landschap omvormde tot patchwork.
Dat de landbouwproductiviteit en de ontginning van het land verder toeneemt is mede te danken aan de economische competitie. De ontwikkeling van transport, infrastructuur, elektriciteit, enz hebben voornamelijk als doelstelling de productiviteit te doen toenemen om zo de luxe te doen stijgen. “De natuur is steeds minder de mysterieuze voedende kracht die bij het ontstaan van het universum vorm kreeg en steeds meer iets dat wij bezig zijn zelf te herscheppen.” 4 Natuur wordt een steeds kunstmatiger ervaring. Onze maatschappij is langzaam de natuur die we kenden aan het vervangen door een nieuw soort van kunstmatige
natuur. Van airconditioning tot en met genetisch gemanipuleerde gewassen, .... We komen in een bijna gesimuleerde of zelfs conceptuele wereld terecht5. Kunstenaars hebben zich doorheen de jaren bezig gehouden met de belangrijkste aspecten van de menselijke aangelegenheden zowel met politieke, sociale als maatschappelijke problemen.
Het vormt dan ook een uitdaging voor kunstenaars om alle aspecten van de ecologie van de aarde samen te brengen. Kunstenaars moeten daarom niet gezien worden als instrument voor verandering, maar wel als uitstekende communicatoren en 3 S. Jacobs, Kleine esthetica van het neo-pittoreske Ruimtelijke ontwikkelingen en artistieke representaties van de rafelrand tussen stad en natuur in: De Witte Raaf nr. 95 januari 2002
4 J., Deitch, e.a., Allocaties, Kunst voor een natuurlijke en kunstmatige omgeving Den Haag
–Zoetermeer, 1992, pp 181-187.
5 Idem katalysatoren die de menselijke opinie veranderen. Kunstenaars kunnen een
belangrijke inbreng hebben in dit debat. De perceptie van het landschap in de postindustriële samenleving laat bijgevolg ook zijn zichtbare sporen na in de beeldende kunst.
De laatste decennia komt er dan ook terug veel aandacht voor het landschap en dit zowel van fotografie en video tot installatiekunst. Dat de belangstelling voor het landschap bij kunstenaars groeit is waarschijnlijk ook te wijten aan het feit dat de zorg voor de omgeving groeit.
(tentoonstelling) Voor deze tentoonstelling werden dan ook kunstenaars geselecteerd die iets te zeggen hebben of betekenen in de problematiek van ecologie, kunstmatige landschappen en
leefwerelden. Er werd ook een opening gelaten voor beginnende kunstenaars om hier hun antwoord op te bieden of aan het debat te deel nemen. De locatie zelf lijkt op het eerste zicht een stukje natuur binnen de verstedelijkte context. Maar ook dit is slechts schijn. Wanneer we door het bos wandelen, worden we geconfronteerd met het lawaai van een autosnelweg, op het einde van de bos zien we de snelweg als een lijn door het landschap lopen. Gezien het park aangelegd is eind 19e eeuw, is het ook geen voorbeeld meer van een stuk ongerepte natuur. Het wordt steeds moeilijker om een stuk onbewerkt terrein terug te vinden waar we niet geconfronteerd worden met menselijke activiteit. Ongerepte natuur wordt bijgevolg steeds meer een illusie. Zelfs de natuur en zijn beleving of waarneming zijn door de mens en techniek beïnvloed en staan onder diens leiding.” De betovering van het landschap kwam doordat het een geheimzinnige,
eeuwenoude en ontcijferbare taal sprak’6 Het landschap onderging een hele evolutie. Zowel het weergeven als de perceptie van het landschap is volledig veranderd. Ook de relatie en het evenwicht tussen natuur en cultuur maakte een hele omwenteling door. Deze evoluties en voornamelijk de ecologische problematiek zijn belangrijk om aan te kaarten. De tentoonstellingsomgeving voor artificial landscape lijkt dan ook een uitgelezen plek om er aandacht aan te schenken. 6 T., Lemaire, Modern heimwee naar een oud landschap : Ton Lemaire over geschiedloos postmodern landschap in: Filosofie magazine, vol. 8 (1999) nr. 9, p. 20-22