maandag 16 juni 2008

Pieter Vermeersch en Inaki Bonillas over schilderkunst en fotografie

BORDER ZONES. ON THE BORDERS OF PAINTING AND PHOTOGRAPHY
Een gesprek met Pieter Vermeersch en Inaki Bonillas door Isabelle De Baets (Janus, N°17, 2004).De jonge Belgische kunstenaar Pieter Vermeersch (°1973, Kortrijk) maakt fotorealistische olieverfschilderijen en ruimtelijke kleurinstallaties. Kleur en licht staan centraal in zijn werk en zoeken steeds een eigen relatie met begrippen als ruimte en tijd.
De jonge Mexicaanse kunstenaar Inaki Bonillas (°1981, Mexico City) maakt fotowerk en ruimtelijke lichtinstallaties. Licht en de relatie met tijd en ruimte staan eveneens centraal in zijn werk. Beide kunstenaars tonen een grote gevoeligheid voor de architecturale kwaliteiten van galerie- en museumruimtes.
Dit aftasten van de parameters van repectievelijk de schilderkunst bij Vermeersch en van de fotografie bij Bonillas leidt tot strak, conceptueel werk dat het specifieke medium tegelijk demystificeert én een boeiende zintuiglijke ervaring oplevert. Hun verwante attitude vormde de aanleiding tot dit gesprek, dat in ruimer perspectief de schilderkunst en de fotografie vandaag bevraagt.
SAMENWERKING
In 2003 hebben jullie samen het Work in Collaboration gemaakt in de galerie OMR in Mexico City. Hoe zijn jullie tot die samenwerking gekomen?
Vermeersch: In mei 2003 werkte ik mee aan een constructie van Inaki in de galerie Meert-Rihoux in Brussel. Ik toonde hem toen een aantal afbeeldingen van mijn werk, waaronder deze maquette van een ruimte in het HISK.
Ik heb de ruimte in vijfvoud uitgewerkt, als maquette, om er vijf minitentoonstellingen met schilderijtjes in te kunnen tonen. Vervolgens ‘wandelde’ iemand met een kleine camera doorheen de maquette; het gefilmde werd levensgroot op een muur geprojecteerd, zodat de bezoeker de werken fysiek kon ondergaan. Het resultaat was dus een virtuele tentoonstelling, een voorstelling van ideeën, terwijl de meeste bezoekers dachten dat ik een overzicht bracht van vroegere tentoonstellingen. De tentoonstelling was de kristallisatie van een denken over het
maken van een tentoonstelling in relatie tot de gegeven plaats.
Bonillas: Twee dagen later werd ik uitgenodigd door galerie OMR in Mexico City. Ik heb toen Pieter gebeld en hem voorgesteld om samen verder te werken rond het idee van de maquettes. Voor de eerste tentoonstelling in OMR dacht ik dat het interessant was om eerst de ruimte zelf te onderzoeken. Later konden we dan ieder apart inspelen op de specifieke eigenschappen ervan.
Vermeersch: We hebben maquettes gemaakt van de vier ruimtes van OMR. De ruimtes werden iets geïdealiseerd. En in plaats van iets toe te voegen aan het oorspronkelijk idee, werd er iets weggenomen – de schilderijen – om het idee in zijn zuiverste vorm te laten. Het spel met perceptie en representatie werd op die manier sterk herleid tot reflectie over perceptie en representatie. We wandelden met een minicamera doorheen de lege maquette. Deze film werd dan in iedere respectieve ruimte op een tv-scherm getoond, samen met de maquette. De toeschouwer kon op die manier de ruimte op drie niveaus waarnemen. Er was de perceptie van de reële ruimte, de perceptie van de ruimte in de maquette, en de ervaring van de ruimte doorheen het videobeeld.
Daarnaast werd hij ook geconfronteerd met de verschillende verhoudingen van de ruimte waarin hij zich bevond.
Dit spel met representaties en percepties desoriënteerde de toeschouwer en benadrukte zijn aanwezigheid in de ruimte.

OMTRENT UNICITEIT EN REPRODUCEERBAARHEID
Door een aantal werken van beide kunstenaars naast elkaar te plaatsen, worden een aantal kenmerken van de schilderkunst en de fotografie belicht. Het schilderij versus de foto als reproduceerbaar object. Eight paintings I (2000) van Vermeersch is een reeks van acht kleine schilderijen waarvoor een foto van een stuk autoruit model stond.
Vermeersch: Ik heb hier gekozen voor een beeld, dat als autoruit en als landschap kon gelezen worden. Daarbij was het de bedoeling om de foto zo exact en objectief mogelijk om te zetten in een schilderij en om dit proces acht keer te herhalen. Dit dogmatisch standpunt was een extreem artificiële benadering van de schilderkunst, ontstaan in de artificiële context van het atelier van het HISK waar ik me op dat moment bevond. Het was het eerste werk dat ik daar kon maken. Het aftasten van de grenzen van de objectiviteit binnen het picturale proces, confronteerde me met de weerbarstige natuur van het schilderij. En het opmerkelijke was dat hoe systematischer
ik ieder spoor van spontaniteit uit het beeld trachtte te weren, hoe weerbarstiger het zich begon te manifesteren. Altijd weer doken er minimale verschuivingen in de compositie op en waren er kleine kleurverschillen. Ik constateerde dat objectiviteit louter bestaat als intentie en systeem en alleen interessant is wanneer het doorheen het subject geprojecteerd wordt.
Photographic views from a wall (1998) is een reeks van negen prints van één negatief.
Bonillas: Ik nam een foto van de lichtinval op een witte muur. Het geelachtig negatief liet ik op negen verschillende manieren afdrukken. Ik bekwam negen foto’s van eenzelfde stuk witte muur, in verschillende gelige tinten, gaande van wit tot geel. Negen tinten geel, die te wijten waren aan het printproces en niet aan de beeldvorming. Omdat er geen beeld aanwezig is, kan je niet anders dan kijken naar het printproces en naar het materiaal. Omdat er niets te zien is, behalve de afwezigheid van een beeld, geeft dit werk op een metaniveau een reflectie op het karakter van een foto, en niet zozeer op de representatie van de werkelijkheid, zoals gewoonlijk.
Je benadrukt het geconstrueerde karakter van het fotografisch beeld, dat deels controleerbaar is, en deels afhankelijk is van techniek. Wat met de reproduceerbaarheid ?
Bonillas: De reproduceerbaarheid van een foto kan evengoed in vraag worden gesteld als die van een schilderij. Ik denk dat een schilder dikwijls meer controle heeft over zijn werk dan een fotograaf. Een schilder kan twintig jaar met dezelfde verf op doek werken. Hij beheerst zijn materiaal en zijn schilderstechniek volledig. Een fotograaf is veel afhankelijker van de fotografische parameters, omdat ze moeilijker beheersbaar zijn. De technologie is voortdurend in beweging: de foto - en labo apparatuur, de chemicaliën en het personeel verandert, het papier verandert. Er komen altijd veel meer variabele parameters bij kijken die invloed uitoefenen op de representatie. De moeilijkheid begint soms al bij de opname. Als ik bijvoorbeeld een foto maak van blauw licht in een bepaalde ruimte, en daarna van hetzelfde blauw licht in 36 verschillende ruimtes, dan krijg ik 36 verschillende opnames. Het reproduceerbaar karakter van een foto en een schilderij liggen dus dichter bij elkaar dan je zou vermoeden.
Bonillas: Representatie via een medium is altijd de omzetting van een beeld in een ander beeld en dus ontstaat er ruis of vervorming bij de omzetting. Het is vergelijkbaar met het spel dat je speelt als kind. Je zit in een cirkel met een groep kinderen en je fluistert een zin door aan je buur, die het op zijn beurt weer doorgeeft aan iemand anders, en die aan de volgende. Wanneer de zin weer bij jou terechtkomt is hij helemaal anders geworden.
VITRINEPROJECTEN. HET SCHILDERIJ VERSUS DE FOTO ALS VENSTER OP DE WERKELIJKHEID.
Pieter, je eerste in situ project buiten het atelier was Off the hook, een work in progress dat plaatsvond in een leegstaand winkelpand in de Gentse binnenstad, waarvan je de drie vensters acht dagen lang overschilderde met een basiskleur, gaande van wit over groen, rood, geel, blauw tot zwart. De bezoeker kon het pand zelf niet betreden. Hij kon slechts de invloed van wisselende kleuren, kleurcombinaties, en lichtintensiteiten van buitenaf door een onbeschilderd zijraam ervaren. Welke rol speelt het ‘venster’ in dit werk?
Vermeersch: In de ruimtelijke context van dit pand gedraagt het beschilderd venster zich als medium, zoals kleur en licht, en niet meer als kader. De focus van het werk was gericht op de gevel aan de straatkant, die met zijn harde, reflecterende glasoppervlakken een sterke aanwezigheid in het straatbeeld markeerde. Om de hoek kon je dan ook via dat zijraam figuurlijk in de denkkamer van de kunstenaar binnentreden, waarin het proces van het schilderen geanalyseerd werd. Aan de ene kant had je dus de indringende aanwezigheid van de monochrome oppervlakken, aan de andere kant de neutraliserende werking door de parameters van het schilderproces (de verfmaterie, licht, kleur, ruimte, tijd), die daar letterlijk naast elkaar en toch samen voorkwamen en een demystificerend karakter hadden.
Wat was er binnenin te zien?
Vermeersch: De achtergebleven verfresten van de voorgaande kleurvlakken, die verwijzen naar de inruilbaarheid van de kleurvlakken en die verf als verf laten zien ongeacht de drager.Verf blijft altijd verf. Het is onze manier van denken en onze behoefte aan zingeving die de materie transformeert naar iets anders. Je eerste solotentoonstelling Work in progress in de Koraalberg Art Gallery (Antwerpen) in 2001 was een variant op Off the Hook. Alle vensters werden aan de binnenkant met een basiskleur dichtgeschilderd en de kleurcombinaties varieerden om de twee of drie dagen tijdens één maand. Het werkproces werd vastgelegd op video en getoond in de galerie.
Vermeersch: In de Koraalberg lag de kwaliteit van het werk binnen, in de galerie. Bij het betreden van de galerie kwam je terecht in een soort cocon van opaak en diffuus gekleurd licht. Een aantal foto’s van de reflecties stonden model voor een aantal olieverfschilderijen in mijn atelier. Ik heb ze later getoond in de Koraalberg tegen de respectieve wanden, waar ik die foto’s genomen had. Ze werden gepresenteerd als een soort lichamen rustend op de grond. Verschillende zaken vloeien bijna letterlijk in elkaar. Op het eerste niveau is er het visuele,
letterlijke vermengen van kleur (rood en geel) en licht, wat een fluïde beeld oplevert met een enerzijds abstract en anderzijds fotorealistisch karakter. Op het tweede niveau is er de herinnering aan de eerste tentoonstelling die hard gemaakt wordt in een kunstobject.
Ik wilde terugkomen op het karakter van de foto als venster op de werkelijkheid. Kan je iets meer zeggen over de blauwdruk, die je gemaakt hebt van het venster in de galerie Meert-Rihoux? Wat is de betekenis van het venster ?
Bonillas: Blueprint 21 heb ik gemaakt in de periode van Photographic views from a wall. Toen was ik nogal intens bezig was met de idee van negatief / positief. De uitvinder van het negatief en bijgevolg van de reproduceerbare foto was William Henry Fox Talbot. Niépce en Daguerre realiseerden slechts foto’s als eenmalige afdrukken. In Blueprint 21 maakte ik gebruik van een verwante fototechniek. Zij maakten eenmalige afdrukken, die bij langdurige blootstelling aan licht helemaal vervaagden. Het was dit unieke en vergankelijke aspect dat me interesseerde. Ik heb de blauwdruk van het venster geplaatst naast het oorspronkelijke venster in de galerie. De
representatie van het venster op het papier werkte als negatief van het reële venster, wat een dubieus spel van positief en negatief opleverde.
EEN KLEURINSTALLATIE VERSUS EEN LICHTINSTALLATIE.
Met de installatie Untitled Kunst Nu (SMAK,2003) creëerde Vermeersch een soort oneindige tussenzone van kleur en licht door middel van muurvullende spiegels. De lichtinstallatie Light corridor (galerie OMR, 2004) van Bonillas is een soort oneindige tussenzone van licht.
Bonillas: In Pieters werk is er een specifieke ervaring door wisselende kleurintensiteiten. Ik breng een veranderende ervaring teweeg door wisselende lichtintensiteiten. Ik koos twee types licht voor deze gang, koud en warm licht. Bovendien bevat de eerste kamer, die uitkomt in de gang, natuurlijk licht en is de kamer aan het andere uiteinde van de gang, toevallig compleet donker. Zo was het eigenlijk een soort gang waarin je de verandering van dag naar nacht kan ervaren, evenals de overgang van koud naar warm licht. Ik hield ook van het feit dat er geen uitgang was in de laatste kamer. Je moest terugkeren. Het werd een cyclisch proces: van licht
naar donker en van donker naar licht. Beide opties samen. Het refereert aan dagdagelijkse, wisselendeervaringen die je bijvoorbeeld ondergaat bij de overgang van de ene sfeer in de andere. Vergelijkbaar met het reizen van een warm (Mexico) naar een koud land (België): verschillende lichtintensiteiten, verschillende tijdsintervallen …

0 reacties: